Onjuistheden in de leer van Jehovah’s Getuigen

Jehovah’s Getuigen geloven dat zij de enig ware of juiste religie aanhangen. Ze wijken op verschillende gebieden af ​​van het bijbelse christendom.

Zo ontkennen zij de Drie-eenheid. Ze geloven dat er één God is, Jehovah. Jezus is eigenlijk de aartsengel Michael. Zo was Jezus volgens hun leer niet in het begin bij God maar was hij de eerste van Gods schepping die vlees werd bij de menswording. Ze ontkennen de lichamelijke opstanding van Jezusus maar geloven in plaats daarvan dat hij als geest is opgestaan en zich verschillende keren in verschillende gematerialiseerde lichamen heeft gemanifesteerd. Na de opstanding keerde hij terug naar de hemel als de aartsengel Michael.

De Heilige Geest is in hun leer niet God maar een goddelijke energie of actieve kracht die sterk lijkt op elektriciteit of vuur. Zo hebben Jehovah’s Getuigen een op werken gericht behoud. Redding is niet gebaseerd op een relatie met Christus. Het is duidelijk dat de leerstellingen van de Jehovah’s Getuigen sterk afwijken.

In de brochure “Moet u geloof stellen in de Drieëenheid?” zetten zij hun argumenten uiteen en worden hier besproken.

Drie-eenheid

INHOUD:
Het Woord aanpassen – Johannes 1:1
Jezus is God de Schepper
Jezus is God
Jehovah’s Getuigen lidwoord constructie
God de Zoon
Voor korte tijd
Jezus de Ik Ben
De Heilige Geest is God
HEERE
Jezus = God = doorstoken
Sterke God
Kerkvaders
Zijn Woord
Zou God verzocht kunnen worden?
De Drie-eenheid verwerpen?
Ignatius
1800 jaar
Conclusie

Het Woord aanpassen – Johannes 1:1

In Johannes 1:1 zijn de verschillen duidelijk zichtbaar. Als we de bijbel van de Jehovah’s Getuigen, de Nieuwe Wereld Vertaling (NWV), vergelijken met de Herziene Statenvertaling (HSV) dan zien we het volgende verschil:

NWV: 1 In het begin was het Woord. Het Woord was bij God en het Woord was een god. 2 Hij was in het begin bij God. 3 Alles is via hem ontstaan, en zonder hem is er helemaal niets ontstaan.

HSV: 1 In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. 2 Dit was in het begin bij God. 3 Alle dingen zijn door het Woord gemaakt, en zonder dit Woord is geen ding gemaakt dat gemaakt is.

Het Woord is volgens Jehovah’s Getuigen “een god” en niet “God”. Dat is een duidelijk verschil wat deze tekst een hele andere uitleg geeft. In de Jehovah’s Witnesses Greek-English Interlinear Translation van 1985 staat het volgende:

Het vreemde is dat in de linker kolom het woord Theos (θεὸς) niet vertaald als “een god” maar in de rechter kolom wel. In de Jehovah’s Witnesses Emphatic Diaglott vertaling zie je het andersom:

In tegenstelling tot de Interlinear Translation wordt hier het woord Theos (θεὸς) in de linkerkolom vertaald naar “een god” terwijl in de rechterkolom dit vertaald wordt naar “was God”. Naast θεόν en θεὸς voor het Griekse woord God bestaat er ook θεοῦ. Deze drie komen allemaal voor in 2 Thessalonicenzen 2:4:

Zie hoe hier het Griekse woord θεόν opeens vertaald wordt als “god” met een kleine letter “g” terwijl dat in Johannes 1:1 met een hoofdletter “G” geschreven wordt. Dat maakt deze tekst in bijbel van de Jehovah’s Getuigen heel anders dan als je dat vergelijkt met hoe het in de Herziene Statenvertaling staat:

NWV: Hij verzet zich en verheft zich boven elke zogenaamde god of elk voorwerp van aanbidding, waardoor hij in de tempel van God gaat zitten en zich in het openbaar als een god presenteert.

HSV: de tegenstander, die zich ook verheft boven al wat God genoemd of als God vereerd wordt, zodat hij als God in de tempel van God gaat zitten en zichzelf als God voordoet.

De volgende problemen ontstaan met het aanpassen van deze teksten:

  • Jehovah’s Getuigen zijn ervan overtuigd dat er maar één God is. Als in de bijbel van de Jehovah’s Getuigen in Johannes 1:1 staat dat het Woord bij God (hoofdletter “G”) was en het Woord “een god” (kleine letter “g”) volgt daaruit dat er meerdere goden bestaan. Dus als Jezus niet God is dan zijn er een veelvoud aan goden, ervan uitgaande dat Jezus als “een god” moet worden beschouwd. Dat is inconsistent.
  • Volgens de theologie van Jehovah’s Getuigen is Jezus een wezen dat is ontstaan. In Johannes 1:3 staat dat alles via hem (kleine letter “h”) is ontstaan, en zonder hem (kleine letter “h”) helemaal niets is ontstaan (zie ook Kolossenzen 1:16, Hebreeen 1:2). Dus buiten Jezus is er niet één ding ontstaan. Heeft Jezus hier dan zichzelf gemaakt? Dit is logisch onmogelijk omdat Hij tegelijkertijd zou moeten bestaan (om te maken) en niet zou moeten bestaan (om gemaakt te worden).

Jezus is God de Schepper

Volgens de Jehovah’s Getuigen is Jezus onderdeel van God’s schepping. Het volgende staat daarover in hun brochure “Moet u geloof stellen in de Drieëenheid?”: 1

Hier wordt gezegd dat Jezus geschapen is. Als bewijs worden Kolossenzen 1:15 en Openbaring 3:14 aangehaald. Als eerste Kolossenzen 1:15:

Kolossenzen 1:15-16:
HSV: 15 Hij is het Beeld van de onzichtbare God, de Eerstgeborene van heel de schepping.
16 Want door Hem zijn alle dingen geschapen die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zichtbaar en die onzichtbaar zijn: tronen, heerschappijen, overheden of machten; alle dingen zijn door Hem en voor Hem geschapen.

Net als in Johannes 1:3 is Jezus hier in Kolossenzen 1 God de Schepper. Anders zou Jezus de ongeschapen geschapene moeten zijn wat niet mogelijk is. Kijk naar vers 16. Het woord “Want” waarmee de zin begint geeft aan waarom in de zin ervoor Jezus de Eerstgeborene genoemd wordt. Wat Paulus hier schrijft heeft niets te maken met het moment of het ontstaan van Jezus zelf. Want “Eerstgeborene” is hier een titel en slaat niet op een gebeurtenis. Hier krijgt Jezus de titel “Eerstgeborene van heel de schepping” als rangorde boven de schepping. Zie ook hoe David en Efraïm de titel “eerstgeborene” kregen. In Psalm 89:20, 27 kreeg David deze titel terwijl hij de achtste was van Isaï, zijn vader. De eerstgeborene was Eliab zoals aangegeven in 1 Samuël 17:13. In Jeremia 31:9 kreeg Efraïm deze titel terwijl hij niet de oudste was (Genesis 41:51–52). Het “Eerstgeborene” in Kolossenzen 1:15 letterlijk nemen suggereert dat er na Jezus nog iemand geboren/geschapen werd (de oudste in een gezin van twee of meer kinderen wordt immers de eerstgeborene genoemd). En een eniggeborene (Johannes 1:14) in letterlijke zin geeft juist aan dat er na Jezus niemand meer geboren/geschapen werd. Iemand kan niet letterlijk de eerstgeborene en eniggeborene zijn. Dus Jezus heeft altijd geleefd op dezelfde manier als God altijd heeft geleefd. Dit is de reden waarom Jezus naar Zichzelf verwijst als “de Eerste en de Laatste” (Openbaring 1:17). Want er waren er geen voor Jezus en er zal niemand na Jezus zijn omdat Hij de eeuwige God is.

Zie hoe in de bijbel van de Jehovah’s Getuigen het woord “andere” wordt toegevoegd in Kolossenzen 1:16-17 om zo te suggereren dat naast Jezus ook alle “andere” (in het Grieks het woord “allos”) dingen geschapen zijn.

NWV: 16 Want via hem zijn alle andere dingen in de hemel en op aarde geschapen, de zichtbare en de onzichtbare, of het nu tronen, heersers, regeringen of autoriteiten zijn. Alle andere dingen zijn via hem en voor hem geschapen. 17 Hij bestond vóór alle andere dingen en via hem zijn alle andere dingen tot bestaan gebracht,

Echter dit is niet wat er in de grondtekst staat. Het woord “andere” is hier niet terug te vinden. Dit is een goed voorbeeld van het importeren van onbijbelse ideeën in de Bijbel op basis van vooroordelen:

In Openbaring 3:14 staat het volgende:

HSV: 14 En schrijf aan de engel van de gemeente in Laodicea: Dit zegt de Amen, de getrouwe en waarachtige Getuige, het begin van Gods schepping:

Ook God de Vader wordt het Begin genoemd en is zo net als Jezus het Begin van de schepping. Zo is Jezus die aan het begin van de schepping staat ook het Begin van de schepping Gods. Niet omdat Jezus de eerstgeschapene is maar omdat Jezus Schepper is en alle dingen hun bestaan hebben in Jezus. Als Jehovah’s Getuigen zeggen dat Jezus de eerste schepping is dan is God de Vader ook een eerste schepping.

In de Jehovah’s Getuigen brochure “Moet u geloof stellen in de Drieëenheid?” staat nog een voorbeeld waaruit zou moeten blijken dat Jezus onderdeel is van God’s schepping: 2

Zoals hier weergegeven is het niet zoals het in Spreuken 8 staat. Niettemin, in Spreuken 8 wordt wijsheid beschreven als spreken met een stem (vers 1), als het hebben van een mond (verzen 6-8), als liefhebbende mensen (vers 17), als het geven van rijkdom (vers 21), als getuige van de schepping (verzen 22-30) en als het geven van opdrachten (vers 34).
Wijsheid is echter een concept en kan geen van bovenstaande dingen. Spreuken 8 is poetisch en moet niet letterlijk gelezen worden. Zijn de farao en zijn leger verteerd (Exodus 15:7) of verdronken (Exodus 14:28)?

Jezus is God

Johannes opent zijn evangelie met: “In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God.” “In het begin was het Woord” laat zien dat het Woord eeuwig bij de Vader was en niet een geschapen wezen. Het tweede gedeelte “en het Woord was bij God” laat zien dat het Woord een andere persoon is dan de Vader. Het derde gedeelte “en het Woord was God” laat zien dat het Woord in aard en essentie volledig God is.

In andere contexten kan het “woord” de Geschriften betekenen. Maar in Johannes 1:1 verwijst het duidelijk naar God Zelf omdat het expliciet zegt: “HET WOORD WAS GOD”. Verder leert de tekst dat het Woord, in dezelfde context, Jezus is. In Johannes 1:14 staat dat het Woord vlees werd en onder ons woonde.

Er zijn veel beschrijvingen en kenmerken in de Bijbel die aangeven dat deze op God en Jezus van toepassing zijn. Als we erop vertrouwen dat de Bijbel zichzelf niet tegenspreekt dan is Jezus God. Ontkenning van de godheid van Jezus zal leiden tot interne tegenstrijdigheden van de Bijbel:

  • God is de Schepper van alle dingen (Genesis 1:1, Jesaja 44:24). Jezus is de Schepper van alle dingen (Johannes 1:1-3; Kolossenzen 1:16-17).
  • De hemel is het werk van Gods handen (Psalm 102:26). De hemelen zijn het werk van Jezus handen (Hebreeën 1:10).
  • Alleen God moet worden aanbeden (Exodus 34:14, Deuteronomium 6:13, 11:16). Jezus moet aanbeden worden (Mattheüs 14:33, 28:9, 17, Hebreeën 1:6).
  • God is de enige Heiland (Jesaja 43:3, 11). Jezus is de enige Heiland (Handelingen 4:11-12, Titus 2:13, 2 Petrus 3:18). De tekst in Jesaja 43:11 geeft aan dat de Heer de enige Heiland is zodat niemand anders dan God Zelf onze Heiland kan zijn. De Bijbel leert dat Jezus onze Heiland is. Dit kan alleen waar zijn als Jezus God is.
  • Omdat alle zonde alleen tegen God is kan alleen God zonden vergeven (Jesaja 43:25). Jezus vergeeft zonden (Markus 2:5) en zou dus godslastering zijn als Jezus niet God is (Markus 2:7).
  • God maakt levend (Genesis 2:7, Deuteronomium 32:39, Prediker 5:17, Handelingen 17:25, 1 Timotheüs 6:13). Jezus maakt levend (Johannes 1:3, Johannes 10:28, Johannes 14:6).
  • God wekt de doden op (1 Thessalonicenzen 4:14, Romeinen 4:17). Jezus wekt de doden op (Johannes 6:40, 44, 54)
  • God is de Koning der koningen en Heere der heren (Deuteronomium 10:17, 1 Timotheüs 6:15). Jezus is de Koning der koningen en Heere der heren (Openbaring 17:14, 19:16).
  • God heeft Jezus voor korte tijd minder gemaakt dan de engelen (Hebreeën 2:7). Jezus heeft Zichzelf ontledigd door de gestalte van een slaaf aan te nemen om zo aan de mensen gelijk te worden (Filippenzen 2:7).
  • Niemand is goed behalve Eén, namelijk God (Markus 10:18). Jezus is goed (Johannes 10:11, Mattheüs 3:17).
  • God alleen kent het hart van de mens (1 Koningen 8:23, 39). Jezus kent het hart van de mens (Lukas 9:47, Johannes 2:24-25).
  • Kennis begint bij God (Spreuken 1:7). Alle kennis is in Christus (Kolossenzen 2:3).
  • God is de Eerste en de Laatste (Jesaja 44:6, 48:12, Openbaring 1:8). Jezus is de Eerste en de Laatste (Openbaring 1:17, 2:8, 22:13).
  • De Almachtige God is de Alfa en de Omega (Openbaring 1:8). Jezus is de Alfa en de Omega (Openbaring 22:13).
  • God is een Rechter en oordeelt (Genesis 15:14, Jesaja 26:9, Psalm 7:12, 50:6, 82:8, 94:2, 105:7, 1 Kronieken 16:33, Romeinen 3:6, Hebreeën 12:23, Openbaring 19:2). God de Vader oordeelt niemand (Johannes 5:22). Het is Jezus die oordeelt (Mattheüs 16:27, 25:32, Johannes 5:22, 27, Handelingen 10:42, 2 Korinthe 5:10, 2 Timotheüs 4:1, 1 Petrus 4:5). Dus alle verzen die spreken over het oordelen van God verwijzen naar Jezus omdat God de Vader niet oordeelt.
  • God alleen is de “rots” en een “steen des aanstoots” (Deuteronomium 32:4, Jesaja 8:32, Jesaja 44: 8, Psalm 18:3, 32, Psalm 62:3, 7, 1 Samuel 2:2, 2 Samuel 22:32). Jezus is de “rots” en “steen des aanstoots” (1 Korinthe 10:4, Romeinen 9:32-33, 1 Petrus 2:7).
  • God is onze Herder (Psalm 23; Ezechiël 34:11). Jezus is onze Herder (Johannes 10:11).
  • Wij zijn Gods “schapen” (Psalm 100:3). Wij zijn “schapen” van Christus (Johannes 10:14-16, 26-28).
  • Voor God zal elke knie zich buigen (Jesaja 45:23). Voor Jezus zal elke knie zich buigen (Filippenzen 2:10).
  • God is gekruisigd (Zacharia 12:10). Jezus is gekruisigd (Johannes 19:37).
  • God is de Heilige (Jesaja 30:15, Psalm 71:22). Jezus is de Heilige (Handelingen 2:27, 13:35) Openbaring 15:4). Er wordt ook verwezen naar Jezus als de Heilige (Psalm 16:10).
  • God de Vader heeft Jezus uit de dood opgewekt (Galaten 1:1). De Heilige Geest heeft Jezus uit de dood opgewekt (Romeinen 8:11). Jezus heeft Jezus uit uit de dood opgewekt (Johannes 2:19). Terecht leert de Bijbel dan dat God Hem uit de dood heeft opgewekt (Handelingen 3:15, 4:10, 13:30, Romeinen 10:9, Kolossenzen 2:12, 1 Petrus 1:21) omdat alle drie de personen van de Godheid erbij betrokken waren.
  • God is ieders Man (Jesaja 54:5). Jezus is ieders Man (2 Korinthe 11:2, Efeze 5:25, Openbaring 19:7).
  • Degene in de hand van de Vader (Johannes 10:29) zijn in de hand van Jezus (Johannes 10:28).

In Genesis 3:22 staat dat de mens “één van Ons” is geworden. Jezus en de Vader zijn dezelfde God. Ze zijn hetzelfde van aard of essentie en daarom zegt Jezus: “Ik en de Vader zijn Één” (Johannes 10:30). De vertalers van de Jehovah’s Getuigen gaan vreemd om met bovenstaande teksten:

Kolossenzen 1:17
NWV: Hij bestond vóór alle andere dingen en via hem zijn alle andere dingen tot bestaan gebracht,

HSV:
En Hij is vóór alle dingen, en alle dingen bestaan tezamen door Hem.

Het woord “andere”, wat aangeeft dat Jezus geschapen zou zijn, staat niet in de grondtekst. Dit is een goed voorbeeld van het importeren van onbijbelse ideeën in de Bijbel op basis van vooroordelen.

Mattheüs 14:33
NWV: Toen gingen degenen die in de boot waren hem eer bewijzen en zeiden: ‘Jij bent echt Gods Zoon.’
 
HSV: Zij die in het schip waren, kwamen Hem aanbidden en zeiden: Werkelijk, U bent de Zoon van God!

In de grondtekst staat duidelijk dat zij Hem aanbidden. Eer bewijzen is een afzwakking van wat het moet zijn.

Mattheüs 28:17
NWV: Toen ze hem zagen, gingen ze hem eer bewijzen, maar sommigen twijfelden.
 
HSV: En toen zij Hem zagen, aanbaden zij Hem, maar sommigen twijfelden.

Hem aanbidden is wat anders dan Hem eer bewijzen.

Hebreeën 1:6
NWV: Maar als hij zijn Eerstgeborene de bewoonde aarde weer binnenleidt, zegt hij: ‘En al Gods engelen moeten hem eer bewijzen.’

HSV: En wanneer Hij vervolgens de Eerstgeborene in de wereld brengt, zegt Hij: En laten alle engelen van God Hem aanbidden.

Volgens de Jehovah’s Getuigen mag Jezus niet aanbeden worden omdat Jezus in hun leer “een god” is. Daarom worden deze teksten, die zeggen dat Jezus aanbeden wordt, aangepast naar wat zij vinden hoe het moet zijn. Zo maken zij een beeld van God zoals zij willen dat God is.

Romeinen 10:9
NWV: Als je met je mond in het openbaar bekendmaakt dat Jezus Heer is en in je hart gelooft dat God hem uit de dood heeft opgewekt, zul je gered worden.

HSV: Als u met uw mond de Heere Jezus belijdt en met uw hart gelooft dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult u zalig worden.

Het moet belijden zijn volgens de grondtekst.

Mattheüs 16:27
NWV: Want de Mensenzoon zal samen met zijn engelen komen met de macht van zijn Vader, en dan zal hij iedereen geven wat hij verdient.

HSV: Want de Zoon des mensen zal komen in de heerlijkheid van Zijn Vader, met Zijn engelen, en dan zal Hij ieder vergelden naar zijn daden.

“Met de macht” suggereert een afhankelijkheid en is wat anders dan “in de heerlijkheid”.

Johannes 5:22
NWV: Want de Vader oordeelt helemaal niemand, maar hij heeft het hele oordeel aan de Zoon toevertrouwd,

HSV: Want ook de Vader oordeelt niemand, maar heeft heel het oordeel aan de Zoon gegeven,

Iets toevertrouwen is een afzwakking van wat er hier gebeurt namelijk het geven van het oordeel.

Jehovah’s Getuigen lidwoord constructie

Jehovah’s Getuigen zien Jezus als “een god”. Het woord “een” staat echter niet in de Bijbel. Als reden, dat het woord “een” toegevoegd moet worden, geven zij het volgende aan: 3

Zie als eerste dat de Jehovah’s Getuigen de Drie-eenheid niet goed begrijpen in het laatste gedeelte. Christenen zien Jezus niet als God de Vader maar als God de Zoon, een andere Persoon. Het Woord kan hier niet “goddelijk” zijn, iets onpersoonlijks, omdat er dan iets anders had gestaan. Job wist dat zijn Verlosser “leeft” (tegenwoordige tijd) en een persoon is en niet iets onpersoonlijks (Job 19:25). ook Johannes de Doper getuigt van een persoon (Johannes 1:15).
Naast Markus 6:49 en Johannes 8:44 waarnaar verwezen wordt zijn er meer verzen waar het woord “een” toegevoegd wordt. Wat als eerste opvalt is dat op al deze plaatsen het woord “een” niet schuin gedrukt staat in de HSV. Hier de teksten op een rij:

Johannes 6:70
En een van u is een duivel. (καὶ ἐξ ὑμῶν εἷς διάβολός ἐστιν. kai ex hymōn heis diabolos estin. [en van u een een duivel is])
 
Johannes 10:13
omdat hij een huurling is. (ὅτι μισθωτὸς ἐστιν. hoti misthōtos estin [omdat hij een huurling is])
 
Johannes 10:33
Die een Mens bent (ὅτι σὺ ἄνθρωπος ὢν, hoti sy anthrōpos ōn [U een man wezen])
 
Johannes 12:6
maar omdat hij een dief was (ἀλλ’ ὅτι κλέπτης ἦν, all’ hoti kleptēs ēn [maar omdat hij was een dief])
 
Markus 6:49
dachten zij dat het een spook was, (ἔδοξαν φάντασμά εἶναι, edoxan hoti phantasma estin [zij geloofden een spook was])

Markus 11:32
dat Johannes werkelijk een profeet was. (Ἰωάννην ὅτι ὄντως προφήτης ἦν, Iōannēn ontōs hoti prophētēs ēn [Johannes werkelijk dat hij een profeet was])

Dat het woord “een” in al deze verzen toegevoegd is en in Johannes 1:1 niet heeft een reden. De reden is dat in al deze verzen het werkwoord niet twee zelfstandig naamwoorden samenvoegt en dit in Johannes 1:1 wel het geval is. In Johannes 1:1 verbind het werkwoord “ἦν” (ēnwas) het zelfstandig naamwoord “ὁ λόγος” (ho Logos – het Woord) met het andere zelfstandig naamwoord “θεὸς” (Theos – God). Dit is ook de reden dat het woord “een” in het vers waar de Jehovah’s Getuigen naar verwijzen niet schuin gedrukt staat in de HSV. Het hoort grammaticaal zo.

Laten we dit naast andere teksten leggen met dezelfde grammaticale constructie zoals Johannes 1:1:

1 Johannes 1:5
dat God licht is (ὅτι ὁ θεὸς φῶς ἐστιν, hoti ho Theos phōs estin [dat God licht is])
 
1 Johannes 4:8
want God is liefde. (ὅτι ὁ θεὸς ἀγάπη ἐστίν, hoti ho Theos agapē estin [dat God liefde is])

Hier wijken de vertalers van de Jehovah’s Getuigen af van hun eigen regels want anders had er moeten staan “God is een licht” en “God is een liefde” wat nergens op slaat. De juiste vertaling is dus “EN HET WOORD WAS GOD”.

God de Zoon

Sprekend over de Zoon van God, zegt de Vader: “En: In het begin hebt U, Heere, de aarde gegrondvest, en de hemelen zijn de werken van Uw handen.” (Hebreeën 1:10). Hier citeert de auteur van Hebreeën Psalm 102:26 en past dit op de Zoon toe. Als je Psalm 102:26 leest dan zie je dat de Psalmist over God spreekt. De auteur van Hebreeën verduidelijkt dat dit God de Zoon is. Er is geen twijfel dat de Bijbel leert dat Jezus God is. De Schepper van alle dingen. Hebreeën 1:8 bevestigt dat God de Vader God de Zoon als “God” aanspreekt: “maar tegen de Zoon zegt Hij: Uw troon, o God, bestaat in alle eeuwigheid. De scepter van Uw koninkrijk is een scepter van het recht.” Dus de auteur van Hebreeën begreep dat Jezus niet alleen onze Heiland is maar ook onze Schepper. Omdat Jezus de Schepper van alle dingen is is Hij Zelf niet een geschapen wezen. Omdat alle dingen die werden gemaakt door Jezus werden geschapen, dan zou Jezus zichzelf moeten hebben gemaakt als Jezus was gemaakt. Dit is logisch onmogelijk omdat Hij tegelijkertijd zou moeten bestaan (om te maken) en niet zou moeten bestaan (om gemaakt te worden) – een tegenstelling. Zie hoe de Jehovah’s getuigen omgaan met hun vertaling:

NWV: 8 Maar over de Zoon zegt hij: ‘God is je troon, voor altijd en eeuwig, en de scepter van je Koninkrijk is de scepter van recht.

HSV: 8 maar tegen de Zoon zegt Hij: Uw troon, o God, bestaat in alle eeuwigheid. De scepter van Uw koninkrijk is een scepter van het recht.

De woord voor woord vertaling laat geen twijfel bestaan welke vertaling de juiste is:

Voor korte tijd

Dat Jezus naar de aarde is gekomen en korte tijd volledig God en volledig mens is geweest wordt gezien als een “onderworpenheid”: 4

Dat Jezus zich aan de Vader onderwierp maakt Hem niet minder in waarde of wezenlijk anders dan de Vader. Vrouwen moeten immers onderdanig zijn aan hun echtgenoten (Efeze 5:22) en slaven gehoorzaam aan hun heer (Efeze 6:5-6). Dit heeft geen invloed op hun intrinsieke waarde voor God (Galaten 3:28). Jezus was nederig in Zijn aardse bediening. God heeft Hem “voor korte tijd minder gemaakt dan de engelen” (Hebreeën 2:7). Terwijl Hij in de gestalte van God was heeft Hij Zichzelf tijdens zijn aardse bediening de gestalte van een slaaf aangenomen om zo aan de mensen gelijk te worden (Filippenzen 2:6-7). Hij was nog steeds goddelijk maar maakte Zichzelf een korte tijd “minder”.

Zie hoe de vertalers van de Jehovah’s Getuigen Jezus als God wegvertalen:

Hebreeën 2:7
NWV: U maakte hem iets lager dan engelen. U kroonde hem met eer en majesteit, en stelde hem aan over het werk van uw handen

HSV: U hebt hem voor korte tijd minder gemaakt dan de engelen; met heerlijkheid en eer hebt U hem gekroond. U hebt hem gesteld over de werken van Uw handen;

Hoe kan Jezus hier “iets lager dan de engelen” zijn en “zoveel meer zijn dan de engelen” (Hebreeën 1:4)? Alleen als Jezus een tijdelijk menselijke gedaante zou aannemen. Het was noodzakelijk dat God menselijke beperkingen op zich nam zodat Hij kon sterven voor al onze zonden (Hebreeën 10:5) omdat God in Zijn goddelijke natuur onsterfelijk is.

Filippenzen 2:6
NWV: Hoewel hij in Gods gedaante bestond, heeft hij geen machtsgreep overwogen om aan God gelijk te zijn.

HSV: Die, terwijl Hij in de gestalte van God was, het niet als roof beschouwd heeft aan God gelijk te zijn,

Omdat Hij God was betekende het aan God gelijk zijn voor Hem geen roof. Deze HSV vertaling is in lijn met heel de Bijbel. Maar de vertalers van de Jehovah’s Getuigen veranderen de grondtekst zodat er een mogelijk zou zijn dat er een machtsgreep overwogen kon worden. Dus een machtsstrijd tussen God de Vader en Jezus wat zeer onrealistisch is.

Jezus de Ik Ben

Jezus beweert God te zijn in Johannes 8:58. Het “Ik Ben” is geen vergissing. Het is een van de namen van God (Exodus 3:14) en geeft aan dat God geen begin heeft en eeuwig is. Jezus past hier de naam van God op zichzelf toe. Dit is de enige plek in het Nieuwe Testament waar de tegenwoordige tijd “Ik ben” wordt gebruikt om iets uit het verleden uit te drukken. Grammaticaal gezien had deze tekst moeten zijn: “Vóór Abraham geboren was, was Ik”. Als Jezus niet van plan was zichzelf te identificeren als de IK BEN, dan zou Hij hebben gezegd: “Ik was”, omdat dit de grammaticaal correcte manier is om de zin af te sluiten. God is het enige wezen dat bestaat zonder afhankelijk te zijn van iemand anders. Hij is altijd geweest en heeft niemand nodig gehad om Hem te scheppen. Zo kan Hij Zichzelf “IK BEN” noemen zoals Jezus dat doet in Johannes 8:58. Het feit dat Jezus de zin sluit met IK BEN is een duidelijke verwijzing naar de eeuwige God. De Joden begrepen precies wat Hij zei. Hij beweerde God te zijn. Ze beschouwden dit als godslastering omdat ze niet begrepen dat Jezus echt God is. Daarom probeerden ze Hem te stenigen (Johannes 8:59). Jezus heeft geen begin (Micha 5:2, Johannes 17:5) dus de persoon Jezus bestond eeuwig met de Vader (Johannes 1:1).

Het volgende staat er in Johannes 8:58

NWV: 58 Jezus zei: ‘Echt, ik verzeker jullie: voordat Abraham werd geboren, was ik er al.’

HSV: 58 Jezus zei tegen hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Vóór Abraham geboren was, ben Ik.

De ene vertaling gebruikt de verleden tijd en de andere de tegenwoordige tijd. Het volgende staat er in de grondtekst:

Wederom vertalen Jehovah’s Getuigen zoals zij vinden hoe er vertaald moet worden. Hetzelfde voor Exodus 3:14:

NWV: 14 God zei tegen Mozes: ‘Ik zal worden wat ik wil worden.’ En hij voegde eraan toe: ‘Dit moet je tegen de Israëlieten zeggen: “‘Ik zal worden’ heeft me naar jullie toe gestuurd.”’

HSV: 14 En God zei tegen Mozes: IK BEN DIE IK BEN. Ook zei Hij: Dit moet u tegen de Israëlieten zeggen: IK BEN heeft mij naar u toe gezonden.

In de woord voor woord vertaling staat het volgende:

Omdat Jehovah’s Getuigen verkeert vertalen concluderen zij het volgende in hun brochure “Moet u geloof stellen in de Drieëenheid?”: 5

De context van de Jehovah’s Getuigen bestaat niet in de grondtekst. Waarom zouden de Joden Hem proberen te stenigen als Christus niet beweerde God te zijn? Het is onlogisch iemand te doden als die zegt Abraham gezien te hebben (Johannes 8:57).

De apostel Johannes was de enige discipel die aan ouderdom gestorven is. Johannes had, net als Jezus, discipelen waaronder Ignatius. Het ligt voor de hand dat Johannes zijn discipelen de waarheid zou leren over Jezus Christus en wie Hij was. De kerkvader Ignatius van Antiochië, die leefde omstreeks 35 tot 108 na Christus, is het niet eens met de Jehovah’s Getuigen. Hij schreef het volgende: 6

…as the Lord teaches us when He says, “If ye had believed Moses, ye would have believed Me, for he wrote of Me;” and again, “Your father Abraham rejoiced to see My day, and he saw it, and was glad; for before Abraham was, I am;” how shall we be able to live without Him?

De Heilige Geest is God

De bladzijden 20 t/m 23 van de brochure “Moet u geloof stellen in de Drieëenheid?” gaan over de Heilige Geest. Daar wordt de Heilige Geest als volgt voorgesteld: 7

In Handelingen 13:2 staat over de Heilige Geest het volgende:

NWV
2 Terwijl ze dienst deden voor Jehovah en vastten, zei de heilige geest: ‘Stel mij Barnabas en Saulus ter beschikking voor het werk waarvoor ik ze heb geroepen.’
 
HSV
2 En terwijl zij de Heere dienden en vastten, zei de Heilige Geest: Zonder voor Mij zowel Barnabas als Saulus af voor het werk waartoe Ik hen geroepen heb.

De context van Handelingen 13 is dat Barnabas en Saulus letterlijk aan het vasten waren, dat de Heilige Geest letterlijk iets zegt namelijk: “Zonder voor Mij zowel Barnabas als Saulus af voor het werk waartoe Ik hen geroepen heb” waar zij letterlijk gehoor aan gaven want zij vertrokken (vers 4). Er is hier niet op te maken dat de Heilige Geest een onpersoonlijk aspect of deel van God is zoals elektriciteit of een krachtbron. Het “spreken” en het “uitzenden” van de Heilige Geest zijn eigenschappen van een persoon. De Heilige Geest is een kracht met een uitgesproken wil en spreekt persoonlijk tot mensen. Ook in Handelingen 21:11, 28:25 spreekt de Heilige Geest wat onpersoonlijke attributen duidelijk niet kunnen doen.

Een ander voorbeeld waaruit blijkt dat de Heilige Geest geen kracht is in de vorm van elektriciteit of een krachtbron is Handelingen 5:3-4:

NWV
Petrus zei: ‘Anani̱as, hoe heeft Satan je kunnen overhalen om tegen de heilige geest te liegen en in het geheim iets van de opbrengst van het veld achter te houden? 4 Het was toch van jou zolang het in je bezit was? En nadat het was verkocht, kon je toch met de opbrengst doen wat je wilde? Hoe kom je erbij om zoiets slechts te bedenken? Je hebt niet tegen mensen gelogen, maar tegen God.
 
HSV
3 En Petrus zei: Ananias, waarom heeft de satan uw hart vervuld, zodat u gelogen hebt tegen de Heilige Geest en een deel achtergehouden hebt van de opbrengst van het stuk grond?
4 Als het onverkocht gebleven was, bleef het dan niet van u, en toen het verkocht was, bleef de opbrengst dan niet tot uw beschikking? Waarom toch hebt u deze daad in uw hart voorgenomen? U hebt niet tegen mensen gelogen, maar tegen God.

Tegen wie liegt Ananias hier? Ananias loog tegen God. Maar hij loog niet tot God de Vader. Hij loog tegen de Heilige Geest. De Vader is God net als Jezus en de Heilige Geest.

De Heilige Geest is in Handelingen 5:32 een getuige. Alleen personen kunnen getuige zijn voor de wet.

NWV
32 En wij zijn daarvan getuige, net als de heilige geest, die God heeft gegeven aan degenen die hem als regeerder gehoorzamen.’

HSV
32 En wij zijn Zijn getuigen van deze dingen, en ook de Heilige Geest, Die God gegeven heeft aan hen die Hem gehoorzaam zijn.

In Openbaring 2:29 spreekt Jezus en toch zegt Hij de mensen te luisteren naar wat de Geest zegt. Wat Jezus zegt is ook wat de Geest zegt en is ook wat de Vader zegt omdat deze drie één van aard zijn.

NWV
29 Wie oren heeft, moet horen wat de geest tegen de gemeenten zegt.”

HSV
29 Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.

Is de Bijbel door God ingegeven (2 Timotheüs 3:16, Mattheüs 22:31, Romeinen 3:2) of door de Heilige Geest (2 Petrus 1:21, Hebreeën 3:7, 10, 15-16, Handelingen 28:25, 1:16, 2 Samuël 23: 2)? Het antwoord is beide, omdat de Heilige Geest God is.

Kan elektriciteit bedroefd zijn, toornig zijn of een afkeer hebben?

Efeze 4:30
NWV: En bedroef Gods heilige geest niet, waarmee jullie verzegeld zijn voor een dag van verlossing door losprijs.

HSV: En bedroef de Heilige Geest van God niet, door Wie u verzegeld bent tot de dag van de verlossing.

Hebreeën 3:10
NWV: Daarom kreeg ik een afkeer van die generatie en ik zei: “In hun hart dwalen ze altijd af, ze hebben mijn weg niet leren kennen.”
 
HSV: Daarom ben Ik toornig geworden op dat geslacht en heb gesproken: Altijd dwalen zij met hun hart, en zij hebben Mijn wegen niet gekend.

Alleen een persoon kan bedroefd zijn en treuren. De Heilige Geest kan daarom geen onpersoonlijke kracht zijn maar een kracht met persoonlijke eigenschappen.

Christus zegt dat de Geest van Hem zal getuigen (Johannes 15:26). Onpersoonlijke eigenschappen zoals elektriciteit of een krachtbron kunnen niet getuigen onder de wet (Deuteronomium 19:15, Numeri 35:30). Alleen personen kunnen dat.

Jezus is de zoon van God. Maar Hij werd verwekt uit de Heilige Geest (Mattheüs 1:18). Dit is alleen mogelijk als de Heilige Geest God is. Jezus zei dat Hij van Zijn vader is. De Bijbel leert ook dat Jezus uit de Heilige Geest is (Mattheüs 1:20). Dit is alleen mogelijk als de Heilige Geest God is.

Eenzijdig wordt de Heilige Geest belicht in het volgende stukje: 8

Wat hier staat is een halve waarheid. Het gevaarlijke hieraan is dat de Jehovah’s Getuigen ertoe brengen conclusies uit deze halve waarheid trekken en zo de andere helft van de leer ontkennen. De Heilige Geest heeft persoonlijke eigenschappen zoals het kunnen spreken, opdrachten kunnen geven waar mensen gehoor aan geven, bedroefd kunnen zijn en toornig kunnen zijn.

HEERE

Zie Zacharia 2:8-9. Hier zegt de HEERE van de legermachten dat Hij werd gezonden door de HEERE van de legermachten. Het volgende staat in Zacharia 2:8:

NWV
8 Want dit zegt Jehovah van de legermachten, die mij nadat hij was verheerlijkt naar de volken heeft gestuurd door wie jullie werden geplunderd: “Wie aan jullie komt, komt aan mijn oogappel.

HSV
8 Want zo zegt de HEERE van de legermachten: Nadat Hij heerlijkheid heeft beloofd, heeft Hij Mij gezonden tot die heidenvolken die u beroven, want wie u aanraakt, raakt Zijn oogappel aan.

Zie hier de vreemde vertaling van de Jehovah’s Getuigen als dit naast de woord voor woord vertaling gelegd wordt. De woorden “door wie jullie” is niet op te maken uit de grondtekst:

De HEERE van de legermachten spreekt hier en de HEERE van de legermachten stelt “heeft Hij Mij gezonden“. Wie alleen kan de HEERE van de legermachten sturen? Alleen de almachtige God heeft de autoriteit om de HEERE van de legermachten te sturen, Zijn oogappel.

In Zacharia 2:9 staat:

NWV
9 Want nu zal ik mijn hand tegen hen opheffen en ze zullen buit worden voor hun eigen slaven.” En jullie zullen beslist weten dat Jehovah van de legermachten mij heeft gestuurd.

HSV
9 Want, zie, Ik beweeg Mijn hand over hen en zij zullen hun dienaren tot buit worden. Dan zult u weten dat de HEERE van de legermachten Mij gezonden heeft.

De HEERE van de legermachten spreekt nog steeds in Zacharia 2:9. Hij verklaart dat “de HEERE van de legermachten Mij gezonden heeft.”

Nogmaals: de HEERE van de legermachten spreekt in Zacharia 2:8. Hij stelt: “heeft Hij Mij gezonden.” Wie heeft de HEERE van de legermachten gezonden? In Zacharia 2:9 wordt dit beantwoord wanneer de HEERE van de legermachten, die nog steeds spreekt, zegt: “de HEERE van de legermachten Mij gezonden heeft.” Dit wordt bevestigd in vers 11:

NWV
11 ‘Veel volken zullen zich op die dag bij Jehovah aansluiten. Ze zullen mijn volk worden en ik zal in je midden wonen.’ En je zult moeten weten dat Jehovah van de legermachten mij naar je heeft gestuurd.

HSV
11 Veel heidenvolken zullen op die dag bij de HEERE gevoegd worden en zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal in uw midden wonen. Dan zult u weten dat de HEERE van de legermachten Mij tot u gezonden heeft.

Nogmaals, de HEERE spreekt. Hij verklaart dat “vele naties op die dag met de HEERE zullen worden verbonden”, in plaats van te zeggen dat “vele naties op die dag met Mij zullen worden verbonden.” Door de spreker, die de HEERE is, die verwijst naar de HEERE in de derde persoon, lijkt er een onderscheid te zijn tussen de HEERE die spreekt en een andere HEERE met wie de naties zich op die dag zullen aansluiten. Nu, het is niet ongehoord voor de HEERE om over Zichzelf te spreken in de derde persoon. De laatste bepaling bevestigt echter dat er meer dan één HEERE wordt genoemd in dit vers. De HEERE, die spreekt, verklaart: “Dan zult u weten dat de HEERE van de legermachten Mij tot u gezonden heeft .”

  • Zacharia 2:8
    Want zo zegt de HEERE van de legermachten: Nadat Hij heerlijkheid heeft beloofd, heeft Hij Mij gezonden tot die heidenvolken die u beroven, want wie u aanraakt, raakt Zijn oogappel aan.
  • Zacharia 2:9
    Want, zie, Ik beweeg Mijn hand over hen en zij zullen hun dienaren tot buit worden. Dan zult u weten dat de HEERE van de legermachten Mij gezonden heeft.
  • Zacharia 2:11
    Veel heidenvolken zullen op die dag bij de HEERE gevoegd worden en zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal in uw midden wonen. Dan zult u weten dat de HEERE van de legermachten Mij tot u gezonden heeft.

In Zacharia 2:10 staat het volgende:

NWV
10 Juich van vreugde, dochter Sion, want ik kom en ik zal in je midden wonen’, verklaart Jehovah.

HSV
10 Juich en verblijd u, dochter van Sion, want, zie, Ik kom, en zal in uw midden wonen, spreekt de HEERE.

De HEERE verklaart dat Hij zal komen en wonen in het midden van Israël. “En ik zal wonen” wordt in beide verzen herhaald. De HEERE is het onderwerp van het werkwoord in beide verzen. Merk op wat er in vers 11 staat. De HEERE verklaart: “…en Ik zal in uw midden wonen“, en dan zegt dezelfde HEERE: “Dan zult u weten dat de HEERE van de legermachten Mij tot u gezonden heeft.” Israël geloofde dat er meer dan één persoon was met de naam “HEERE”. Dit wordt later bevestigd in het Nieuwe Testament wanneer de Zoon aan Israël wordt geopenbaard en in hun midden woont.

Jezus = God = doorstoken

In Johannes 19:37 staat het volgende:

NWV
37 En nog een ander Schriftgedeelte zegt: ‘Ze zullen kijken naar degene die ze hebben doorstoken.’

HSV
37 En verder zegt een ander Schriftwoord: Zij zullen zien op Hem Die zij doorstoken hebben.

Het volgende staat in Zacharia 12:10:


NWV
10 Ik zal de geest van gunst en smeekgebeden uitstorten over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem, en ze zullen kijken naar degene die ze hebben doorstoken. Ze zullen om hem rouwen als om een enige zoon. Hun verdriet om hem zal zo bitter zijn als het verdriet om een eerstgeboren zoon.
 
HSV
10 Maar over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem zal Ik de Geest van de genade en van de gebeden uitstorten. Zij zullen Mij aanschouwen, Die zij doorstoken hebben. Zij zullen over Hem rouw bedrijven, als met de rouwklacht over een enig kind; en zij zullen over Hem bitter klagen, zoals men bitter klaagt over een eerstgeborene.

Dit vers toont aan dat Jezus God is omdat God naar zichzelf verwijst als degene die aan het kruis doorstoken is. Deze passage bevestigt ook de Drie-eenheid. Het verwijst naar Dezelfde als “Mij” en als “Hem” wat volkomen onzinnig is los van Gods Drie-enige aard. God zegt: “…zij zullen Mij aanschouwen, Die zij doorstoken hebben. Zij zullen over Hem rouw bedrijven…”

Zie het grote verschil tussen beide vertalingen. Zie de volgende woord voor woord vertaling:

Het woord “Mij” is vervangen door “degene” om zo de Drie-eenheid weg te vertalen.

Sterke God

Jehovah’s Getuigen kennen gradaties in goddelijkheid: 9

Dat Jezus “sterke God” genoemd wordt zou onjuist en godslastering zijn tenzij Jezus echt God is (Johannes 8:59, Johannes 10:33). Jezus wordt God genoemd omdat Hij God is. De Jehovah’s Getuigen moeten zich door verschillende bochten wringen om van Jezus “een god” te maken ipv God. Dezelfde logica zou toegepast kunnen worden op God de Vader. Is God de Vader vanwege de unieke positie die Hij inneemt ook een god? En hoe weet je dat zeker?

Ondanks dat Jehovah’s Getuigen een “verklaring” hebben waarom Jesus een sterke God is vinden ze dat de kennis van Jezus beperkt was: 10

Maar Jezus wist alles! (Johannes 16:30, 21:17, Mattheüs 12:25, Lukas 6:8). En alle kennis is in Christus (Kolossenzen 2:3). Hoe gaan Jehovah’s Getuigen om met hun tegenstrijdige opmerking waarin Christus blijkbaar niet alles weet? De Bijbel leert dat Jezus twee gedaanten heeft. Een menselijke en een goddelijke. Jezus nam menselijke beperkingen aan met betrekking tot Zijn menselijke aard tijdens Zijn aardse bediening (Hebreeën 2:7, Filippenzen 2:6-8). Het was noodzakelijk dat God menselijke beperkingen op zich nam zodat Hij kon sterven voor al onze zonden (Hebreeën 10:5) omdat God in Zijn goddelijke natuur onsterfelijk is. Zelfs tijdens de incarnatie bleef Christus God en was alwetend met betrekking tot Zijn goddelijke aard (Johannes 16:30, 21:17, Mattheüs 9:4, 12:25, Johannes 1:49).

In Jeremia 23:6 wordt Jezus “DE HEERE ONZE GERECHTIGHEID” genoemd. Als Jezus niet God zou zijn dan zou Hij niet “DE HEERE ONZE GERECHTIGHEID” kunnen worden genoemd. Want “Er is niemand rechtvaardig, ook niet één” (Romeinen 3:10, Psalm 14:3, Psalm 53:4). Het is daarom wederom godslastering om deze naam op iemand anders dan God toe te passen (Exodus 20:7, Leviticus 24:16).

Kerkvaders

Volgens de Jehovah’s Getuigen maakten de goddelijkheid van Jezus en de leer van de Drie-eenheid nooit deel uit van de theologie van de kerkvaders. In de brochure “Moet u geloof stellen in de Drieëenheid?” worden verschillende kerkvaders aangehaald die de goddelijkheid van Jezus zouden ontkennen. De referenties ontbreken in de brochure. We gaan dus na wat ze werkelijk zieden. Ze zijn Justin Martyr die stierf in 165 na Christus, Irenaeus 200 na Christus, Clement of Alexandria 215 na Christus, Tertullian 230 na Christus, Hippolytus 235 na Christus en Origenes die stierf in 250 na Christus: 11

Echter, dit is wat Justin Martyr schreef in “The_First_Apology” over Jezus in hoofdstuk “LXIII.—How God appeared to Moses.”: 12

…that the Father of the universe has a Son; who also, being the first-begotten Word of God, is even God.

Irenaeus schreef het volgende niet: 13

Dit is wat Irenaeus schreef in Against Heresies – Chapter X: 14

…in order that to Christ Jesus, our Lord, and God, and Saviour, and King, according to the will of the invisible Father,…

Het volgende zou Clemens gezegd hebben: 15

Dit is wat Clemens van Alexandrie wel schreef over de goddelijkheid van Jezus in “The Instructor” in hoofdstuk XI: 16

So that from this it is clear, that one alone, true, good, just, in the image and likeness of the Father, His Son Jesus, the Word of God, is our Instructor; to whom God hath entrusted us, as an affectionate father commits his children to a worthy tutor, expressly charging us, “This is my beloved Son: hear Him.” The divine Instructor is trustworthy, adorned as He is with three of the fairest ornament”—knowledge, benevolence, and authority of utterance;—with knowledge, for He is the paternal wisdom: “All Wisdom is from the Lord, and with Him for evermore;”—with authority of utterance, for He is God and Creator: “For all things were made by Him, and without Him was not anything made;” and with benevolence, for He alone gave Himself a sacrifice for us: “For the good Shepherd giveth His life for the sheep;” and He has so given it.

Het volgende is niet terug te vinden: 17

Tertullianus schreef juist dat Jezus niet zien als God van satan komt. Hij schreef dit in “Against Praxeas” in hoofdstuk 1 : 18

He [the devil] maintains that there is one only Lord, the Almighty Creator of the world, in order that out of this doctrine of the unity he may fabricate a heresy.

En dit over de goddelijkheid van Jezus in hoofdstuk 2 19 :

Him we believe to have been sent by the Father into the Virgin, and to have been born of her—being both Man and God, the Son of Man and the Son of God, and to have been called by the name of Jesus Christ…

Het volgende over Hippolytus raakt niet eens de oppervlakte van wat hij werkelijk schreef over de Drie-eenheid: 20

Hippolytus bevestigd juist de Drie-eenheid in wat hij schreef in “Against the Heresy of One Noetus” in hoofdstuk 14: 21

These things then, brethren, are declared by the Scriptures. And the blessed John, in the testimony of his Gospel, gives us an account of this economy (disposition) and acknowledges this Word as God, when he says, “In the beginning was the Word, and the Word was with God, and the Word was God.” If, then, the Word was with God, and was also God, what follows? Would one say that he speaks of two Gods? I shall not indeed speak of two Gods, but of one; of two Persons however, and of a third economy (disposition), viz., the grace of the Holy Ghost. For the Father indeed is One, but there are two Persons, because there is also the Son; and then there is the third, the Holy Spirit.

Het is onduidelijk waar het volgende vandaan komt: 22

Origenes gaf een gedetaileerde beschrijving van het Evangelie van Johannes. Dit is wat hij schreef in “Origen’s Commentary on the Gospel of John” in hoofdstuk 1: 23

The arrangement of the sentences might be thought to indicate an order; we have first “In the beginning was the Word,” then, “And the Word was with God,” and thirdly, “And the Word was God,” so that it might be seen that the Word being with God makes Him God.

Ondanks wat de kerkvaders werkelijk schreven concluderen de Jehovah’s Getuigen het volgende: 24

Integendeel. Hier blijkt duidelijk dat mensen misleid worden door Jehovah’s Getuigen. Juist de leer van de Jehovah’s Getuigen wordt veroordeeld. De goddelijkheid van Jezus wat fundamenteel is voor de Drieeenheid wordt bevestigd. Het volgende concludeerde men na twee maanden discusseren op de Eerste Concilie van Nicea in 325 na Christus: 25

We believe in one God, the Father Almighty, Maker of all things visible and invisible.
And in one Lord Jesus Christ, the Son of God, begotten of the Father the only-begotten; that is, of the essence of the Father, God of God, Light of Light, very God of very God, begotten, not made, being of one substance with the Father;
By whom all things were made both in heaven and on earth;
Who for us men, and for our salvation, came down and was incarnate and was made man;
He suffered, and the third day he rose again, ascended into heaven;
From thence he shall come to judge the quick and the dead.
And in the Holy Ghost.
But those who say: ‘There was a time when he was not;’ and ‘He was not before he was made;’ and ‘He was made out of nothing,’ or ‘He is of another substance’ or ‘essence,’ or ‘The Son of God is created,’ or ‘changeable,’ or ‘alterable’— they are condemned by the holy catholic and apostolic Church.

Op de Tweede Concilie van Constantinopel werd de geloofsbelijdenis van de Eerste Concilie van Nicea opnieuw bevestigd en verder verduidelijkt. In deze concilie werd de Heilige Geest in goddelijkheid gelijkgesteld aan die van de Vader en de Zoon.

Zijn Woord

Volgens Jehovah’s Getuigen moet God volledig te bevatten zijn. God moet volgens hen voldoen “aan de menselijke ervaring”. Dit schrijven zij in hun brochure: 26

De Heer wist dat we Zijn aard niet volledig zouden kunnen begrijpen. Hij is oneindig en wij zijn eindig. Zijn gedachten en Zijn wegen zijn oneindig veel hoger dan de onze (Jesaja 55:8-9). Daarom is het belangrijk dat we niet proberen om God te laten passen in ons eindige en feilbare gevoel van wat mogelijk is. Het gebrek aan vermogen om een bepaalde waarheidsclaim volledig te begrijpen heeft geen enkele invloed op de waarheid van die claim. En de onwil van iemand om een claim te accepteren heeft ook geen enkele invloed op de waarheid ervan. Hij heeft ons de gave van geloof gegeven en het is door geloof dat we gered zijn (Efeze 2:8):

NWV
8 Dankzij deze onverdiende goedheid zijn jullie door geloof gered. Dat hebben jullie niet aan jezelf te danken, het is een gave van God.

HSV
8 Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is de gave van God;

Dat geloof betekent noodzakelijkerwijs vertrouwen in wat God in Zijn Woord heeft geschreven over zijn eigen aard. God vereist niet dat mensen de aard van de Drie-eenheid volledig begrijpen, of de details van hoe Christus zowel volledig God als volledig mens kan zijn. Maar Hij verwacht wel dat we vertrouwen hebben in wat Hij in Zijn Woord over deze kwesties heeft geschreven (Spreuken 3:5):

NWV
5 Vertrouw op Jehovah met heel je hart en vertrouw niet op je eigen verstand.

HSV
5 Vertrouw op de HEERE met heel je hart, en steun op je eigen inzicht niet.

Zou God verzocht kunnen worden?

De Jehovah’s Getuigen maken hier een fout met het woord “verzocht”. Deze heeft namelijk twee verschillende betekenissen. Hun uitleg is meteen tegenstrijdig met Numeri 14:22 waar staat dat God tien keer op de proef gesteld is. Verder in Exodus 17:7, Psalm 78:18, 41, 56, Psalm 95:9, Psalm 106:14 en Hebreeën 3:9. Zijn deze teksten dan tegenstrijdig met Jakobus 1:13 waar staat dat God niet verzocht kan worden? God werd verzocht/op de proef gesteld in de zin van beproefd worden maar God werd nooit verzocht in de zin van verleid worden. Zo ook Jezus niet. Er staat nergens in de Bijbel dat Jezus tot zonde is verleid. Jezus werd op alle manieren verzocht/op de proef gesteld en toch zondigde Hij nooit. Als God kan Hij dat niet.

Dat Jezus nooit zondigde is bewijs dat Jezus God is. Want in Romeinen 3:23 staat: “Want allen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid van God”. Het woord “allen” hier slaat op iedereen die niet God is. Dus als Jezus God niet is dan is Hij niet uitgesloten van het “allen” en moet ook hij gezondigd hebben.

De Drie-eenheid verwerpen?

De Jehovah’s Getuigen roepen op om de Drie-eenheid te verwerpen en refereren naar Jesaja 46:9: 27

In Jesaja 46:9-10 staat het volgende:

9 Denk aan de dingen van vroeger, van oude tijden af, dat Ik God ben en niemand anders. Ik ben God, en er is er geen als Ik,
10 Die vanaf het begin verkondigt wat het einde zal zijn, van oudsher de dingen die nog niet plaatsgevonden hebben; Die zegt: Mijn raadsbesluit houdt stand en Ik zal al Mijn welbehagen doen;

Dit vers en vele anderen zeggen duidelijk dat er maar één God is. Toch zijn er drie afzonderlijke Personen in de Bijbel die God worden genoemd en die de kenmerken hebben die alleen God kan hebben. De Drie-eenheid moet om deze reden niet verworpen worden. In vers 10 staat dat de God in vers 9 “vanaf het begin verkondigt wat het einde zal zijn”.

Volgens een publicatie De Wachttoren van mei 1972 zijn Jehovah’s Getuigen profeten van God: 28

Heeft Jehovah derhalve een profeet om hen te helpen, om hen voor gevaren te waarschuwen en om toekomstige dingen bekend te maken? Op deze vragen kan een bevestigend antwoord worden gegeven. Wie is deze profeet?

…Deze „profeet” was niet een man, maar een lichaam of groep van mannen en vrouwen. Het was de kleine groep volgelingen van Jezus Christus die destijds bekend stonden als Internationale Bijbelonderzoekers. Thans staan zij bekend als Jehovah’s christelijke getuigen.

…Natuurlijk is het gemakkelijk om te zeggen dat deze groep als een „profeet” voor God optreedt. Het is heel iets anders om het ook te bewijzen. Dit kan alleen worden gedaan door het bericht te beschouwen.

…En aangezien geen enkel woord of werk van Jehovah op een mislukking kan uitlopen, omdat hij de Almachtige God is, zullen de natiën de vervulling zien van wat deze getuigen zeggen.

…Ja, binnenkort moet de tijd komen dat de natiën zullen moeten weten dat er werkelijk een „profeet” van Jehovah in hun midden is geweest. In werkelijkheid wordt deze collectieve of samengestelde „profeet” thans door meer dan anderhalf miljoen mensen in zijn predikingswerk geholpen, terwijl nog eens ruim datzelfde aantal anderen met hen de bijbel bestuderen.

Hier worden Jehovah’s Getuigen voorgesteld als “profeten” van hun god en dat “geen enkel woord of werk” van hun God “op een mislukking kan uitlopen” en iedereen, dat wat deze “getuigen zeggen”, in “vervulling zien” gaan.

Er bestaan volgens Deuteronomium 18:20-22 ware profeten en valse profeten. Een valse profeet kan herkend worden, net zoals in Jesaja 46:10 staat, dat hun voorspellingen “van de dingen die nog niet plaatsgevonden hebben” niet gebeuren en niet uitkomen.

Charles Taze Russell kwam eerst met deze profetie:

…the ‘battle of the great day of God Almighty’ (Rev. 16:14), which will end in A.D. 1914 with the complete overthrow of earth’s present rulership, is already commenced. 29

Dit wordt een paar jaar later in de editie van 1915 herzien:

…the ‘battle of the great day of God Almighty’ (Rev. 16:14), which will end in A.D. 1915 with the complete overthrow of earth’s present rulership, is already commenced.30

Eenzelfde profetie van de tweede leider van de Jehovah’s Getuigen J.F Rutherfort over 1925:

Wij mogen verwachten dat wij in 1925 de terugkeer mogen aanschouwen van die getrouwe mannen [Abraham, Isaäk en Jakob] uit de dood, om opgewekt en volledig hersteld tot menselijke volmaaktheid te worden en de zichtbare, rechtmatige vertegenwoordigers te zijn van het nieuwe samenstel van dingen op aarde. 31

Een profetie over 1975:

Are we to assume from this study that the battle of Armageddon will be all over by the autumn of 1975, and the long-looked-for thousand-year reign of Christ will begin by then? …It may involve only a difference of weeks or months, not years. 32

Een andere profetie is te vinden in het boek “You Can Live Forever in Paradise on Earth”:

Some of the generation living in 1914 will see the end of the system of things and survive it. 33

De meeste van de 1914 generatie zijn gestorven en weinige die nog leven zijn ouder dan 100. Over een paar jaar zal de Wachttoren opnieuw een valse profetie hebben.

Ignatius

De apostel Johannes was de enige discipel die aan ouderdom gestorven is. Johannes had, net als Jezus, discipelen waaronder Ignatius 34 . Het ligt voor de hand dat Johannes zijn discipelen de waarheid zou leren over Jezus Christus en wie Hij was. Uit “Epistle of Ignatius to the Ephesians” 35 is het duidelijk dat hij Jezus en de Vader beschouwde als de enige ware God. Dit schreef hij:

  • …being united and elected through the true passion by the will of the Father, and Jesus Christ, our God…
  • There is one Physician who is possessed both of flesh and spirit; both made and not made; God existing in flesh; true life in death; both of Mary and of God…
  • Our Lord and God, Jesus Christ, the Son of the living God…
  • We have also as a Physician the Lord our God, Jesus the Christ, the only-begotten Son and Word, before time began, but who afterwards became also man…
  • …and He may be in us as our God, which indeed He is, and will manifest Himself before our faces.
  • For our God, Jesus Christ, was, according to the appointment of God, conceived in the womb by Mary, of the seed of David, but by the Holy Ghost.
  • …God being manifested as a man…

1800 jaar

Charles Taze Russell schreef in Studies in the Scriptures, vol. 5, The Atonement Between God and Man (1899) het volgende over Johannes 1:1: 36

Hij schrijft hier dat zijn interpretatie van Theos als “een god” in Johannes 1 zo duidelijk is dat hij zich afvraagt waarom het zo lang duurde voordat mensen dat beseften. Charles Taze Russel schreef dit in 1899. Hij schrijft hier dat Johannes discipel Ignatius, de vroege kerk en de tegenwoordige kerk voor zo’n 1800 jaar ongelijk hadden en hij gelijk.

God is echter soeverein over de geschiedenis en Hij heeft ervoor gezorgd dat Zijn Woord nauwkeurig is overgedragen.

Conclusie

Keer op keer op keer zien we dat de vertalers van de Jehovah’s Getuigen teksten in de Bijbel aanpassen om deze te laten passen in hun theologie. Deze vertalers baseren zich op een Griekse lidwoord constructie die zij toepassen op bepaalde plaatsen en niet consequent doorvoeren door heel de Bijbel omdat er dan rare situaties ontstaan. De brochure “Moet u geloof stellen in de Drieëenheid?” staat vol met halve waarheden, onlogische conclusies en fouten. Zo wordt er geciteerd uit bronnen die onchristelijk zijn en zo dus gekleurd zijn. Zelfs kerkvaders worden verkeert geciteerd.

Het is niet moeilijk om in de Bijbel bewijzen te vinden ten gunste van een bepaald geloof. Als men alleen maar bewijs zoekt die dat bepaalde geloof ondersteunt en al het andere verkeert interpreteert en afdoet als “het is niet de context” dan is alles te verdedigen. Ook Darwin en evolutie. Argumenten dat teksten uit de Bijbel niet helemaal betekenen als wat er staat onder het mom van “context” of een onbijbelse vertaalmethode om zo teksten in de Bijbel aan te passen is ongepast. Moslims en Jehovah’s Getuigen en elk ander geloof geloven allemaal dat ze getrouw hun geschriften volgen. Zij lezen alleen wat zij willen lezen. Dit zou een bewustwordingsproces teweeg moeten brengen omdat deze tegenstrijdige geloven duidelijk niet allemaal juist kunnen zijn.

Er staat in de Bijbel dat God zichzelf niet kan verloochenen (2 Timotheus 2:13). En alle waarheid is in God (Johannes 14:6, Kolossenzen 2:3). Daaruit volgt dat een correct begrip van de Bijbel er een zal zijn die zichzelf niet tegenspreekt. En Zijn gedachten en Zijn wegen zijn oneindig veel hoger dan de onze (Jesaja 55:8-9). Daarom is het belangrijk dat we niet proberen om God te laten passen in ons eindige en feilbare gevoel van wat mogelijk is. Het gebrek aan vermogen om een bepaalde waarheidsclaim volledig te begrijpen heeft geen enkele invloed op de waarheid van die claim. En de onwil van iemand om een claim te accepteren heeft ook geen enkele invloed op de waarheid ervan. Accepteren we wat God ons over Zichzelf heeft verteld, of staan we erop dat God niet drieënig kan zijn omdat het moeilijk te begrijpen is?

Filippenzen 2:5-11 legt uit dat Jezus als God bestond, maar omwille van ons “Zichzelf ontledigd” heeft en de aard van de mens aannam en zich vrijwillig zelfs tot het punt van de dood aan het kruis vernederde. Omwille van het feit dat Jezus twee verschillende gedaanten heeft moeten we ons afvragen of een bepaald kenmerk van toepassing is op Zijn goddelijke aard, Zijn menselijke aard of beide.

Laat daarom die gezindheid in u zijn die ook in Christus Jezus was,
Die, terwijl Hij in de gestalte van God was, het niet als roof beschouwd heeft aan God gelijk te zijn,
maar Zichzelf ontledigd heeft door de gestalte van een slaaf aan te nemen en aan de mensen gelijk te worden.
En in gedaante als een mens bevonden, heeft Hij Zichzelf vernederd en is gehoorzaam geworden, tot de dood, ja, tot de kruisdood.
Daarom heeft God Hem ook bovenmate verhoogd en heeft Hem een Naam geschonken boven alle naam,
opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen elke knie van hen die in de hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn,
en elke tong zou belijden dat Jezus Christus de Heere is, tot heerlijkheid van God de Vader.

Filippenzen 2:5-11

Alleen als Jezus als Heere wordt beleden is het tot eer van de Vader want de Bijbel zegt dat we Jezus als Heere moeten belijden om gered te worden (Romeinen 10:9-11). Niet als “een” Heer omdat in Romeinen 10:13 Paulus Joël 2:32 citeert om duidelijk te maken dat we Jezus als de HEERE moeten aanroepen om gered te worden en Joël 2:32 verwijst naar de HEERE de speciale naam van de Almachtige God die op niemand anders wordt toegepast. Het belijden van Jezus als Heere is dus een vereiste voor redding. Maar dit zal alleen mogelijk zijn als God je een reddend geloof in Hem schenkt omdat niemand kan zeggen “Jezus is Heere, dan door de Heilige Geest” (1 Korinthe 12:3). Geloof moet aan begrip voorafgaan want we begrijpen door geloof (Hebreeën 11:3). Met andere woorden, je zult op Jezus als Heer God moeten vertrouwen op basis van de tekst in de Bijbel voordat een begrip van de details duidelijk zullen worden. Dat geloof betekent vertrouwen hebben in wat God in Zijn Woord heeft geschreven over Zichzelf. God eist niet dat mensen de aard van de Drie-eenheid volledig begrijpen of de details van hoe Jezus zowel volledig God als volledig mens kan zijn. Maar Hij verwacht wel dat we vertrouwen hebben in wat Hij in Zijn Woord hierover heeft geschreven (Spreuken 3:5).

Ik wil de Jehovah’s Getuigen gemeenschap in Waddinxveen bedanken voor hun vriendelijkheid, alle informatie en email wisselingen die er zijn geweest over “ons verschil van inzicht”.